Wintertijd: waarom verzetten we de klok en wat doet dat met je bioritme?
Om zes uur wakker zijn, terwijl je toch echt had gerekend op zeven uur. En ’s avonds op de bank al zitten gapen terwijl je favoriete programma nog moet beginnen. Dat extra uurtje bij de overgang naar wintertijd klinkt aantrekkelijk, maar je lichaam heeft daar soms een eigen mening over. Je telefoon past zich vanzelf aan. Je biologische klok heeft geen automatische update.
In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 is de klok om drie uur een uur teruggezet. We zitten daarmee weer op de wintertijd. Maar waarom doen we dit eigenlijk? En waarom kun je van zo’n klein verschil toch uit je ritme raken?

In dit artikel
Waarom verzetten we de klok?
Het idee achter de zomertijd is dat we het daglicht beter benutten. Door de klok in het voorjaar een uur vooruit te zetten, blijft het volgens onze klok ’s avonds langer licht. Dat is prettig als je na het eten nog wilt wandelen, tuinieren of op een terras wilt zitten.
Energiebesparing was voor veel Europese landen een belangrijke reden om zomertijd in te voeren: zolang het buiten licht is, hoeft binnen de verlichting minder snel aan. Nederland voerde de zomertijd in 1977 opnieuw in om aan te sluiten bij de buurlanden. Inmiddels zijn de momenten waarop we de klok verzetten Europees afgesproken. Eind maart gaat hij vooruit, eind oktober achteruit.
We maken de dagen daarmee natuurlijk niet langer. We schuiven alleen met de cijfers op de klok. De zon trekt zich weinig aan van onze afspraken.
Wintertijd is eigenlijk onze standaardtijd
De naam doet vermoeden dat wintertijd een speciale aanpassing voor de donkere maanden is. Toch is het precies andersom: wintertijd is de wettelijke standaardtijd in Nederland. De zomertijd is de verschuiving die we daar tijdelijk bovenop zetten.
Wanneer we in oktober de klok terugdraaien, keren we dus terug naar die standaardtijd. Daardoor wordt het volgens de klok ’s ochtends een uur eerder licht en ’s avonds een uur eerder donker dan wanneer we de zomertijd zouden aanhouden.
Dat laatste voelt voor veel mensen als het echte begin van de donkere maanden. Ineens moeten de gordijnen voor het avondeten al dicht. Toch komt dat niet alleen door het verzetten van de klok: in het najaar worden de dagen sowieso steeds korter.
Je lichaam kijkt naar licht
Je biologische klok helpt bepalen wanneer je wakker en slaperig wordt. Licht is daarbij een belangrijke richtingaanwijzer. Het verschil tussen licht en donker helpt je lichaam om het dagelijkse ritme bij te houden.
Alleen verschuift dat ritme niet meteen wanneer wij de klok verzetten. Was je gewend om om zeven uur wakker te worden? Dan kan je lichaam je na de overgang naar wintertijd al om zes uur wakker maken. Voor je gevoel is het immers nog steeds zeven uur. Hetzelfde gebeurt ’s avonds: de klok zegt half tien, maar je lichaam vindt dat het al half elf is.
Je kunt daardoor tijdelijk vroeger wakker zijn, eerder slaperig worden of je overdag minder fit voelen. Hoe sterk je dit merkt, verschilt per persoon. De overgang naar zomertijd geeft doorgaans meer problemen met slaapverlies, omdat we dan een uur moeten inleveren.
Merk je het sterker als je ouder wordt?
Met het ouder worden verschuift het slaapritme bij veel mensen naar voren: eerder moe in de avond en eerder wakker in de ochtend. Dat betekent overigens niet dat je ineens nauwelijks slaap nodig hebt. Oudere volwassenen hebben doorgaans ongeveer evenveel slaap nodig als andere volwassenen.
Ben je al een vroege vogel, dan kan de wintertijd dus behoorlijk onhandig uitpakken. Vijf uur wakker worden is nog tot daaraan toe. Vier uur voelt toch meer als nachtdienst.
Niet iedere vijftigplusser heeft daar last van. Je bestaande slaapritme speelt mee, en de ene persoon merkt nu eenmaal meer van de tijdswisseling dan de andere.
Is wintertijd beter voor ons bioritme?
Dat de overgang even lastig kan zijn, betekent niet dat wintertijd zelf ongunstig is. Volgens een literatuuronderzoek van het RIVM zou het voor de volksgezondheid beter zijn om het hele jaar de standaardtijd aan te houden dan permanent zomertijd te gebruiken. Standaardtijd sluit beter aan bij het natuurlijke ritme van licht en donker.
De Hersenstichting pleit eveneens voor permanente wintertijd. Bij zomertijd gedurende het hele jaar zouden de winterochtenden nog langer donker blijven. Juist licht in de ochtend helpt ons om wakker te worden en ons slaap-waakritme te ondersteunen.
Die lange zomeravonden zijn heerlijk, maar vanuit onze biologische klok bekeken hebben lichte ochtenden dus ook veel waarde.
Zo help je jezelf wennen
Je hoeft je slaap niet met militaire precisie te regelen. Een beetje regelmaat helpt wel. Probeer na de tijdswisseling ongeveer je gebruikelijke tijden aan te houden, gerekend volgens de nieuwe klok. Dus niet dagenlang blijven denken: eigenlijk is het nu een uur later.
Ga overdag naar buiten. Een wandeling, een boodschap op de fiets of even bladeren vegen geeft je daglicht én een duidelijke onderbreking van het binnen zitten. Dim ’s avonds de verlichting en leg schermen op tijd weg, zodat de overgang naar bed wat rustiger verloopt.
Ben je vroeg wakker? Maak er geen gevecht van om dat beloofde extra uur slaap alsnog binnen te halen. Rustig aan de dag beginnen en ’s avonds je gewone ritme weer oppakken kan prettiger zijn. De Hersenstichting adviseert vooral regelmaat, voldoende daglicht en minder fel licht in de avond.
En die klok in de oven? Die mag je gerust na drie dagen alsnog verzetten. Zolang je eigen ritme maar de tijd krijgt om mee te komen.
© Foto: Shutterstock
